Blog : Nieuws

Vertrouwen, ‘het blije hormoon’

Vertrouwen, het is het woord waar de meeste columns en blogs over geschreven zijn en studies naar gedaan zijn. Bedrijven als Google stoppen tijd en energie in interne   studies naar wat een team succesvol maakt. Werken aan vertrouwen kwam als een van de belangrijkste redenen naar voren, ofwel psychologische veiligheid zoals ze dat bij dergelijke bedrijven noemen.
Onderling vertrouwen en respect transformeert een groep tot een team, dat is wat studies uitwijzen. Vertrouwen is the key in elke samenwerking die je aangaat, persoonlijk of zakelijk. Vertrouwen is de bereidheid van een persoon of groep om afhankelijk te zijn van de daden van een andere persoon of groep. Als je vertrouwen hebt, hoef je niet de gehele trap te zien om de eerste stap te zetten. Voor velen is vertrouwen toch een onderbuikgevoel. Een emotie die we voelen bij mensen die we tegenkomen. Het gevoel van vertrouwen wordt volgens de wetenschap bepaald door hormonen. Oxytocine om precies te zijn, ofwel het ‘blije hormoon’ genoemd. Dit stelt ons in staat om vriendschappen op te bouwen en saamhorigheid te creëren. Het lastige is dat gevoelens zich vaak niet laten uitdrukken in ratio. De vraag die je wel kunt stellen is, wat heeft nou geleid tot het gevoel van vertrouwen, afwezigheid daarvan of afname van vertrouwen. In de kern hangt het gevoel van vertrouwen samen met de tijd en aandacht die we aan elkaar besteden, of we respectvol met elkaar omgaan, of waarden en normen overeenkomen en of er van beide kanten de bereidheid is om je eigen sores opzij te zetten ten gunste van de ander. Kortom, aan vertrouwen kun je werken als voornoemde ingrediënten aanwezig zijn. Het is dan ook volstrekt logisch dat er in veel gevallen geen of weinig vertrouwen kan zijn en dan kun je het werken daaraan vaak achterwege laten. Neem nou de politiek. Vertrouwen tussen politieke partijen is haast onmogelijk omdat er sprake is van verschillende normen en waarden. Daarnaast is de opofferingsgezindheid vaak ver te zoeken in het politieke debat.

Vertrouwen kun je niet afdwingen. Je kunt en moet er wel aan werken, mits de randvoorwaarden tussen twee mensen goed zijn. Alleen dan komt het ‘blije hormoon’ vrij.

Jeanin Bouwman-Treffers

 

Durf toe te geven dat behoeftes na je “40ste” veranderen!

Mijn eerste column voor deze krant schreef ik na mijn zomervakantie in 2018. Dat was mijn vakantie op camping de Zandstuve in Nederland waar ik na 3 dagen naar huis ging omdat ik om meerdere redenen gillend gek werd van de omstandigheden aldaar. Als ik die column terug lees dan druipt de frustratie daarvan af. Lag dat nu echt aan de camping of had het een andere oorzaak? Als ik terugkijk is de constatering dat ik op dat moment slecht in mijn vel zat. Ik was niet in staat om afstand te nemen van werk, ik voelde spanningen en ik kon moeilijk omgaan met de obstakels die op dat moment op mijn pad kwamen omdat ik het me veel te persoonlijk aantrok. Inmiddels ben ik in de voorjaarsvakantie met mijn gezin op wintersport geweest in Flachau. Over deze vakantie ben ik vol lof! De belangrijkste reden waarom deze vakantie zo ontzettend geslaagd was komt omdat ik het afgelopen jaar de tijd heb genomen om aan mezelf te werken. Ik kwam tot de conclusie dat de wereld constant in beweging is, net als ik. Echt ‘uit’ staan is er door internet en social media niet meer bij. Ik merkte dat dit mij onrustig en ongelukkig maakte. Ik kwam op een punt dat ik mij realiseerde dat mijn behoeftes na (in mijn geval) levensjaar ‘40’ anders zijn geworden.  Om rust in mijn hoofd te krijgen moest ik leren om te stoppen met zoeken naar verklaringen voor het gedrag van anderen; om regelmatig stil te staan bij wat ik heb bereikt, zowel persoonlijk als zakelijk; te leren als uitgangspunt te nemen dat de obstakels op mijn pad er zijn om deze te overwinnen omdat in het hart van elke moeilijkheid juist een kans ligt. Tenslotte is het cruciaal om goed voor jezelf te zorgen door veel te bewegen en gezond te eten.  Voor het eerst heb ik tijdens een FitCombat-training ervaren dat het zelfs bij mij mogelijk is dat tijdens het sporten endorfine wordt aangemaakt!

Het leven laat zich niet dwingen, ook niet door mij. Dat is voor iemand die graag aan het stuur zit om snel te kunnen schakelen een lastige levensles! Een les die ik gelukkig op tijd heb geleerd en niet pas in mijn “50ste” levensjaar!

Jeanin Bouwman-Treffers

Ruzie tussen vennoten in een firma…en dan!

In de praktijk kom ik met grote regelmaat tegen dat de zakelijke liefde tussen twee vennoten is bekoeld. De ene vennoot zet vaak de vennootschap voort. Er ontstaat een financiële discussie over de afwikkeling. De uittredende vennoot wordt of voelt zich buitengesloten en de voorzettende vennoot vindt vaak dat hij altijd al de kar heeft getrokken dus met de minste kosten eruit stappen wordt redelijk geacht.

Het komt (helaas) vaak voor dat partijen geen schriftelijke afspraken hebben gemaakt over de afwikkeling. Als er niets overeengekomen is tussen partijen heeft te gelden dat er tussen de vennoten overeenstemming moet komen bestaan over de wens tot beëindiging van de samenwerking, alsook over de wijze waarop dit zal plaatsvinden. Alleen dan kan de vennootschap worden ontbonden.

Als een vennoot feitelijk niet meer betrokken is bij de bedrijfsvoering, draagt deze nog steeds de lusten en lasten. Ook naar derden toe blijft de uittredende vennoot aansprakelijk in privé voor schulden van de vennootschap.

Vaak wordt aan deze uittredende vennoot inzage in de financiële gang van zaken ontnomen. Wat je dan kunt doen is een kort geding opstarten en een beroep doen op de exhibitieplicht. Dit biedt een partij de mogelijkheid om kennis te nemen van stukken (administratie, jaarcijfers, grootboekstaten) waarover deze niet beschikt en de ander juist wel. Een uittredende, maar nog niet uitgetreden en uitgeschreven vennoot, heeft een rechtmatig belang bij inzage in de administratie van de vennootschap onder firma. Deze vordering in kort geding zal nagenoeg altijd worden toegewezen. Als de inzage er is, is er geen sprake meer van een kennisachterstand. Dan kan de onderhandeling over een beëindiging daadwerkelijk beginnen. Dit is een belangrijke stap naar het einde van een eens zo mooi begonnen samenwerking.

Het is verstandig om juist aan het begin van een samenwerking met elkaar te spreken over het einde en de wijze waarop dit dan zou moeten plaatsvinden. Niet in de minste plaats omdat je je zakenpartner dan al vrij snel goed leert kennen en in de tweede plaats omdat het een hoop ellende kan besparen. Voor hulp bij het voorkomen van zakelijke frictie en het verhelpen daarvan kunt u altijd contact opnemen om te klankborden. U kunt zich wenden tot mr. J. Bouwman-Treffers, e-mail: treffers@taurusadvocaten.nl.

Het Wetsvoorstel Arbeidsmarkt in Balans

Het Wetsvoorstel Arbeidsmarkt in Balans houdt de gemoederen flink bezig. Het wetsvoorstel is er op gericht om het voor werkgevers aantrekkelijker te maken om personeelsleden in vaste dienst te nemen door de kloof tussen vaste contracten en flexibele arbeid te verminderen. Eén van de voorgestelde maatregelen om dit te bewerkstelligen, namelijk het verlengen van de proeftijd naar vijf maanden, stuitte al op forse kritiek en werd bekend dat de coalitiepartijen de verlengde proeftijd uit het voorstel willen halen. Wat heeft de WAB – in hoofdlijnen – nog meer in petto?

Het ontslagrecht wordt in de WAB versoepeld door het toevoegen van een zgn. cumulatiegrond. Dit betekent dat werkgevers niet meer verplicht worden om één ontslaggrond volledig rond te krijgen, maar ook dat een combinatie van twee (of meer) niet voldragen ontslaggronden voldoende kunnen zijn om de arbeidsovereenkomst te laten beëindigen. Wel krijgt de rechter hierbij de mogelijkheid om in dat geval een extra vergoeding aan de werknemer toe te kennen. Deze extra vergoeding bedraagt dan maximaal de helft van de transitievergoeding, aldus het wetsvoorstel.

Het recht op een transitievergoeding zal voorts al gaan ontstaan bij aanvang van de arbeidsovereenkomst, in plaats van na twee jaar. Voor elk jaar dienstverband bedraagt de transitievergoeding een derde van het maandsalaris. Dit geldt ook voor de dienstverbanden langer dan tien jaar.

De ketenregeling zal weer worden teruggebracht naar een maximum van drie contracten gedurende drie jaren.

De oproepovereenkomst en de payrollovereenkomst krijgen een wettelijke definitie. Kort gezegd dient de werkgever de oproepkracht in beginsel vier dagen van tevoren op te roepen en zal hij de oproepkracht jaarlijks een aanbod moeten doen voor een arbeidsovereenkomst voor het aantal uur dat hij het jaar ervoor gemiddeld heeft gewerkt. De payrollwerknemer krijgt het recht op dezelfde arbeidsvoorwaarden als de werknemers van de opdrachtgever.

Ook wordt voorgesteld om een WW-premiedifferentiatie in te voeren, waarbij een lagere premie geldt voor vaste contracten en een hogere voor tijdelijke contracten.

Tenslotte is voorgesteld om de proeftijd voor vaste contracten te verlengen naar vijf maanden en voor tijdelijke contracten, van minimaal twee jaar, drie maanden. Omdat gevreesd wordt voor misbruik van de verruimde proeftijd, zal deze maatregel uit het voorstel worden gehaald.

Welke voorgestelde maatregelen het zullen halen en welke zullen sneuvelen zullen we de komende tijd zien. Donderdag 7 februari a.s. wordt het wetsvoorstel door de Tweede Kamer behandeld. Wij houden u op de hoogte.

Het gemeentelijke exploitatieplan

Indien de gemeente een bestemmingsplan, wijzigingsplan of buitenplanse afwijking vaststelt, is deze soms voorzien van een exploitatieplan. In dit artikel wordt kort beschreven wat een exploitatieplan inhoudt en hoe de exploitatiebijdrage wordt berekend.

Het exploitatieplan is een publiekrechtelijk instrument voor het verhalen van gemeentelijke kosten voor de ontwikkeling en het bouwrijp maken van bouwlocaties bij realisatie door bijvoorbeeld projectontwikkelaars en particulieren. Een exploitatieplan bevat de kosten die een gemeente maakt om een bouwplan te helpen ontwikkelen en de wijze waarop deze kosten worden doorberekend aan de initiatiefnemers en/of grondeigenaren. Het plan resulteert in een ‘exploitatiebijdrage’.

Uitgangspunt van de wetgeving is dat partijen het kostenverhaal in de eerste plaats regelen door het onderling sluiten van een privaatrechtelijke anterieure overeenkomst. Als er echter geen overeenstemming kan worden bereikt, dan resteert voor de gemeente het exploitatieplan als publiekrechtelijke stok achter de deur (art. 6.12 Wro).

Een exploitatieplan moet worden opgesteld als sprake is van een plan voor de bouw, verbouw en uitbreiding van woningen of andere hoofdgebouwen (art. 6.2.1 Bro). Uitzondering hierop is als het bedrag voor de te verhalen kosten – kortgezegd – onder de drempel van € 10.000,- blijft.

Naast het kostenverhaal biedt het exploitatieplan de gemeente de mogelijkheid om regie te voeren over de gebiedsontwikkeling. Zo is het mogelijk om in het exploitatieplan een tijdvak en fasering op te nemen. Tevens kunnen bepalingen opgenomen worden over locatie-eisen, zoals particulier opdrachtgeverschap, sociale koop- en huurwoningen en aanbesteding.

Om de exploitatiebijdrage te berekenen wordt in het plan een exploitatieopzet opgenomen. Daarbij worden alle te maken kosten afgezet tegen de te verwachten opbrengsten. Alle kosten zoals grondverwerving, tijdelijk beheer, bodemonderzoek, bouwrijp maken, woonrijp maken, het aanleggen van de openbare voorzieningen en gemeentelijke apparaatskosten worden bij elkaar opgeteld. Daar tegenover staan de opbrengsten die veelal hoofdzakelijk bestaan uit de uitgifte van gronden. De geraamde kosten worden vervolgens omgeslagen naar een gewogen eenheid, bijvoorbeeld per vierkante meter. Bij het verlenen van een bouwvergunning kan vervolgens aan de hand van het aantal vierkante meters worden bepaald welke exploitatiebijdrage de aanvrager van de bouwvergunning verschuldigd is.

De eindafrekening vindt plaats binnen drie maanden nadat alle in het exploitatieplan voorziene werken, werkzaamheden en maatregelen zijn uitgevoerd.

Voor vragen kunt u zich wenden tot mr. A. Vreugdenhil, telefoonnummer: 0174 – 527 650, e-mail: vreugdenhil@taurusadvocaten.nl.