Blog : Nieuws

Op staande voet ontslagen en tóch een transitievergoeding

Ontslag op staande voet is een zeer ingrijpende maatregel die alleen mag worden ingezet wanneer het voortduren van de arbeidsovereenkomst écht niet meer kan worden verlangd. De werknemer raakt dan immers direct zijn baan en inkomen kwijt en de kans dat hij een WW-uitkering kan krijgen, is zeer klein. Een ontslag op staande voet mag dan ook niet lichtvaardig worden gegeven en is aan strenge regels gebonden.

Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet worden volgens vaste rechtspraak ook de persoonlijke omstandigheden van de werknemer betrokken. Zo zijn o.a. de duur van het dienstverband en de wijze waarop de werknemer heeft gefunctioneerd van belang net als zijn leeftijd en de gevolgen van het ontslag.

Voor een dringende reden is echter niet vereist dat de aan de werknemer verweten gedraging ook aan de werknemer te wijten is. Er kan ook sprake zijn van een dringende reden die een ontslag op staande voet rechtvaardigt als deze niet, of niet volledig, aan de werknemer kan worden verweten. Bijvoorbeeld als de gedragingen van de werknemer het gevolg zijn van een ziekte (o.a. alcoholverslaving of psychische problemen) of van gedragingen van derden waar de werknemer wel bij betrokken is maar niet volledig aan hem kunnen worden toegerekend.  Het hangt dus af van de aard van de dringende reden of vereist is dat de werknemer ook een verwijt valt te maken.

Met de invoering van de WWZ is bepaald dat in beginsel elke werknemer met een dienstverband van ten minste 24 maanden recht heeft op een transitievergoeding indien zijn arbeidsovereenkomst wordt beëindigd. In geval het einde van de arbeidsovereenkomst een gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer is de transitievergoeding niet verschuldigd. Hoe zit dat dan bij een ontslag op staande voet?

In veel gevallen zal de dringende reden voor ontslag op staande voet ook betekenen dat er sprake is van ernstige verwijtbaarheid van de werknemer en hoeft er geen transitievergoeding betaald te worden. Dit is dus echter niet in alle gevallen zo. Het bestaan van een dringende reden tot ontslag betekent niet automatisch dat er ook sprake is van ernstige verwijtbaarheid. Dit zal per geval beoordeeld moet worden. Het is dus niet uitgesloten dat een werknemer die op staande voet wordt ontslagen, tóch recht heeft op een transitievergoeding. Een voorbeeld daarvan kunt u terugvinden in het artikel “Kopregel LinkedIn kost werknemer de kop”.

Kopregel LinkedIn kost werknemer de kop

Dat social media tot conflicten op de werkvloer kunnen leiden blijkt wederom uit een recente uitspraak, ditmaal bij de kantonrechter Utrecht. De werknemer was in de functie van accountmanager New Business (hunter) in dienst getreden. Een jaar later is de werknemer de functie van (Online) Sales, Marketing & PR consultant gaan vervullen. Ruim een jaar later heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen partijen en is aan werknemer te kennen gegeven dat de werkgever hem niet wilde handhaven als (Online) Sales, Marketing & PR consultant en dat hij weer de functie van accountmanager New Business diende te vervullen. De werknemer heeft deze functiewijziging geaccepteerd.

Vervolgens is de werknemer herhaaldelijk aangesproken op zijn functioneren als accountmanager New Business en hebben partijen onderhandeld over beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De werknemer is ondertussen gaan solliciteren naar een functie elders, waarbij de werknemer een marketingfunctie ambieerde. Daarnaast hebben partijen overleg gehad over de inhoud van het LinkedIn-profiel van de werknemer. In zijn LinkedIn-profiel had de werknemer nog als functie staan “Sales, Marketing & PR consultant” en onder zijn profielfoto de kopregel “Marketing & PR”. Dit tot ongenoegen van de werkgever.

Diverse malen heeft de werkgever de werknemer verzocht om zijn LinkedIn-profiel aan te passen waarbij de werkgever heeft aangegeven dat als de werknemer niet voldoet aan de gegeven instructie dit verstrekkende consequenties zal hebben voor de arbeidsovereenkomst. De werknemer heeft de instructie naast zich neergelegd, waarna de werkgever de werknemer op staande voet ontslaat en  de werkgever de aanhoudende weigering om een redelijke instructie van de werkgever op te volgen om het LinkedInprofiel in overeenstemming te brengen met de functie van Accountmanager New Business als reden voor het ontslag geeft.

De werknemer stapt vervolgens naar de kantonrechter. Volgens de kantonrechter hoefde de werkgever niet te blijven accepteren dat de werknemer zich naar buiten toe bleef presenteren als verantwoordelijke voor de marketing en PR van haar bedrijf en de kantonrechter laat het ontslag op staande voet dan ook in stand. De kantonrechter kent de werknemer wel de transitievergoeding toe. De kantonrechter vindt dat het handelen van de werknemer weliswaar opzettelijk en kinderachtig is geweest, maar vond het niet ernstig verwijtbaar dat de transitievergoeding niet zou moeten worden toegekend. Ook uit deze uitspraak blijkt dat de presentatie van een werknemer op social media verstrekkende consequenties kan hebben.

Het leven na de meivakantie

De meivakantie is achter de rug, een tijd van bezinning, inspiratie, ontspanning, genieten van gezin en vrienden. Zo stressvrij dat je er bijna stress van krijgt en dan is het maandagochtend 14 mei….

De kinderen zijn naar school gebracht, op kantoor deelt ieder zijn of haar vakantie ervaringen met een kop koffie en dan komt het moment dat de mailbox geopend moet worden en je gewone leven weer een aanvang neemt.

In het werk wat wij als advocaten doen heb je soms het gevoel dat je leven gedicteerd wordt door heel veel andere mensen. Je werkt van de ene deadline naar de andere, probeert alle gemaakte beloften na te komen, probeert iedereen nog dezelfde dag terug te bellen en probeert elke mail die binnenkomt vrijwel direct te beantwoorden. Zaken waarvan ik me op mijn strandbedje onder de zon nog zo  had voorgenomen dat dit allemaal niet direct hoeft maar ook wel even op zich kan laten wachten.

Ik las een column in Advocatie van een advocaat op de Zuidas. Hij schrijft het volgende:

“Ik wil iedereen tevreden houden, maar daardoor is niemand tevreden. Als ik door de stad fiets, zie ik mensen in hun eentje in het park zitten en een boek lezen. Zon op hun gezicht. Ik betrap mezelf erop dat ik jaloers ben. Maar ik denk ook: Hoezo heb jij daar tijd voor? Wie heeft er in godsnaam door de week tijd om naar het park te gaan en daar in zijn eentje een boek te lezen?”

Dit is precies wat ik ook zou denken als ik dat zou zien. Het geeft aan hoe ons werk ons leven en onze mindset bepaalt. Als ik me dan bedenk hoe ik me zou voelen als ik in het Prinsenbos op dinsdagmiddag een boek zou lezen dan weet ik nu al dat dit mij geen ontspanning zou brengen.

Mijn conclusie is dan ook dat het goed is zoals het is. Vakantie is ervoor om op te laden, boeken te lezen met de zon op je gezicht, bij te tanken en te genieten in een stressvrije omgeving om je vervolgens na de vakantie weer te kunnen storten op je werk wat gepaard gaat met stress, successen, soms teleurstellingen en met deadlines maar waar je vooral uitdaging, plezier en voldoening in vindt.

Dit is hoe voor mij de balans hoort te zijn!

Jeanin Bouwman-Treffers

Taurus-016

Chinees Kraakpaleis Poeldijk

Afgelopen mei werd bekend dat het voormalige Chinees Canton Paleis in Poeldijk is gekraakt. Enkele nieuwe bewoners maken nu gebruik van het restaurant dat november 2017 de deuren sloot. De kraak heeft direct tot veel beroering geleid in het Westland. Er is verontwaardiging dat de krakers niet meteen met harde hand verwijderd worden. Kraken is sinds 2010 verboden gesteld, waarom wordt niet ingegrepen en zitten de krakers er enkele weken later nog steeds?

kraakpaleis (002)Met de invoering van de “Wet kraken en leegstand” is kraken in Nederland sinds 2010 verboden (art. 138a Wetboek van Strafrecht). De eigenaar van een gekraakt pand kan bij de politie van dit misdrijf aangifte doen. De politie heeft in geval van verdenking van dit misdrijf de bevoegdheid het gekraakte pand binnen te treden en alle daar vertoevende krakers inclusief hun spullen te ontruimen (art. 551a Wetboek van Strafvordering).

Vlak na het intreden van de Wet kraken en leegstand is een groep krakers een procedure gestart tegen de Staat. Zij betoogden dat het kraakverbod in strijd is met het huisrecht zoals vastgelegd in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De procedure kwam bij de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2011:BQ9880). De Hoge Raad oordeelde dat gezien de ernst van de inbreuk (het huisrecht) en de onomkeerbare gevolgen, voorafgaande rechterlijk toetsing aan de rechtmatigheid van de dreigende ontruiming vereist is.

In de praktijk volgt hieruit dat aan een ontruiming een aankondiging van het Openbaar Ministerie (OM) vooraf dient te gaan. In de aankondiging wordt vermeld dat de ontruiming zal plaatsvinden binnen acht weken na de aankondiging. De eerste zeven dagen zal geen ontruiming plaatsvinden om de krakers in de gelegenheid te stellen een kort geding tegen de Staat aan te spannen om de rechtmatigheid van de voorgenomen ontruiming te laten toetsen. In geval van bijzondere omstandigheden kan het OM van bovengenoemde termijnen afwijken.

Indien de eigenaar van het gekraakte pand de procedure wil versnellen hoeft niet afgewacht te worden tot het OM de ontruiming aangezegd heeft en/of de krakers een kort geding aanspannen. De ontruiming kan versneld worden door zelf een kort geding aan te spannen en daarbij de ontruiming te vorderen.

Conclusie

De wetgever heeft in 2010 kraken verboden gesteld. De Hoge Raad heeft daar in 2011 een toetsmoment vóór ontruiming aan toegevoegd, ter bescherming van het fundamentele huisrecht. De ontruimingssnelheid is van veel verschillende factoren afhankelijk, maar kan versneld worden door zelf een kort geding aan te spannen. Heeft u vragen over krakers of heeft u hulp bij een ontruiming nodig? Neem dan contact op met Taurus Advocaten.

De inspraakmomenten voor omwonenden van een bouwproject

Stelt u zich eens voor: een mooie woning met weids uitzicht over de Hollandse polder. De bewoners hebben echter in de wandelgangen vernomen dat de grond waarover zij uitkijken, recent is verkocht aan een projectontwikkelaar. Deze projectontwikkelaar wil op het stuk grond een woontoren van 10 hoog bouwen. De bewoners zijn hier uiteraard niet blij mee, willen graag weten wat de plannen precies zijn en wensen betrokken te worden bij de planvorming. Maar welke momenten zijn er in het traject om te waarborgen dat omwonenden en andere belanghebbenden inspraak hebben en eventuele bezwaren kunnen uiten? Om een bouwproject te mogen bouwen zal de projectontwikkelaar over een verleende bouwvergunning (tegenwoordig onder het paraplubegrip omgevingsvergunning) moeten beschikken. De gemeente móet een dergelijk aangevraagde omgevingsvergunning verlenen als het bouwproject past binnen het bestemmingsplan en voldoet aan de toetsingscriteria (zoals de bouwvoorschriften). De twee belangrijkste hoepels waar de projectontwikkelaar doorheen moet springen zijn dus het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning. Deze hoepels bieden aanhaakmomenten voor belanghebbenden om inspraak te hebben.

Bestemmingsplan

Een bouwproject moet passen binnen het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is een soort landkaart waarop voor elk stukje grond is bepaald wat daar ter plaatse mag worden gebouwd en met welk doel een stuk grond gebruikt mag worden. Bestemmingsplannen zijn voor een ieder toegankelijk en online te vinden op ruimtelijkeplannen.nl. Zo bepaalt een bestemmingsplan welke grond gebruikt mag worden voor bijvoorbeeld woondoeleinden en welk stuk grond bestemd is als agrarische grond (weiland). De eerste stap is dus om te controleren of een bouwproject past binnen het bestemmingsplan. Ligt op het stuk weiland een agrarische bestemming, dan mag daar geen woontoren worden gebouwd en is eerst een bestemmingsplanwijziging nodig. Er moet voor het betreffende stukje grond een nieuw bestemmingsplan gemaakt worden dat het gebruik voor woondoeleinden toestaat. Een dergelijke procedure verloopt in twee stappen.

Ontwerpbestemmingsplan

Eerst stelt het College van Burgemeester en Wethouders (veelal in overleg met de projectontwikkelaar) een ontwerpbestemmingsplan op. Het College dient relevante feiten en belangen tegen elkaar af te wegen en stelt aan de hand daarvan de bestemmingen en planregels op. Het ontwerpbestemmingsplan wordt vervolgens ter inzage gelegd (o.a. op ruimtelijkeplannen.nl). Er wordt een kennisgeving geplaatst in een lokale krant en op de website van de gemeente. Een handige site om deze kennisgevingen te volgen is overuwbuurt.overheid.nl. Tegen het ontwerpbestemmingsplan kunnen de bewoners gedurende 6 weken hun zienswijzen indienen. Daarbij kan bijvoorbeeld aangevoerd worden dat een woontoren niet in de omgeving past en dat onvoldoende rekening is gehouden met hun belangen. Het College dient haar reactie op deze zienswijzen te betrekken in de omzetting van het ontwerpbestemmingsplan naar het bestemmingsplan. Het College kan echter besluiten niets met de zienswijzen te doen.

Bestemmingsplan

Het (al dan niet gewijzigde) bestemmingsplan wordt vervolgens voorgelegd aan de gemeenteraad. De gemeenteraad beslist of het bestemmingsplan wordt vastgesteld. Indien de gemeenteraad akkoord gaat met het bestemmingsplan, treedt het na 6 weken in werking. Gedurende deze tijd ligt het vastgestelde bestemmingsplan wederom 6 weken ter inzage. Tegen het vastgestelde bestemmingsplan kunnen omwonende en andere belanghebbenden binnen 6 weken beroep aantekenen bij de Raad van State, mits diegenen een zienswijze hebben ingediend. Willen omwonenden voorkomen dat het bestemmingsplan in werking treedt, kan binnen de 6 weken een voorlopige voorziening worden aangevraagd. Anders beslist de Raad van State binnen 12 maanden of het bestemmingsplan door de beugel kan. In de tussentijd is het bestemmingsplan wel van kracht en kan er voor eigen risico gebouwd worden. Daarvoor moet er wel over een omgevingsvergunning worden beschikt.

Omgevingsvergunning

De aanvraag omgevingsvergunning wordt opgesteld en verzonden door de initiatiefnemer. De gemeente publiceert een kennisgeving van de ontvangen aanvraag. Dit biedt echter geen mogelijkheid om een zienswijze (waar de gemeente verplicht op moet reageren) in te dienen. Vanaf het moment dat de gemeente een complete aanvraag binnen heeft, dient zij binnen 8 weken te beslissen op de aanvraag. Daarbij wordt de vergunningsaanvraag getoetst aan het bestemmingsplan, het Bouwbesluit, de Bouwverordening en de redelijke eisen van welstand (artikel 2.10 lid 1 Wabo). Als de aanvraag aan de gestelde eisen voldoet, moet de gemeente in beginsel de vergunning verlenen. Het betreft een zogenaamde “gebonden beschikking” waarbij de gemeente geen beleidsvrijheid toekomt. De gemeente moet het besluit de vergunning te verlenen wederom publiceren.

Tegen het besluit de vergunning te verlenen kan binnen 6 weken bezwaar worden aangetekend bij de gemeente. Het bezwaar heeft echter geen schorsende werking, er kan direct van de vergunning gebruik worden gemaakt (op eigen risico van de vergunninghouder). Het bezwaar wordt veelal in behandeling genomen door een onafhankelijke bezwaarschriftencommissie. Deze commissie nodigt de bezwaarmakers uit voor een hoorzitting waarbij alle betrokken partijen hun standpunten kunnen toelichten. De commissie brengt daarop een advies uit aan de gemeente (gegrond/ongegrond) en de gemeente neemt vervolgens de beslissing op het bezwaar waarbij ze het advies niet altijd hoeft te volgen.

Tegen dit besluit van de gemeente staat vervolgens 6 weken lang beroep open bij de rechtbank en tegen het vonnis van de rechtbank kan vervolgens hoger beroep worden aangetekend bij de Raad van State.

Conclusie

Voordat een bouwplan kan worden gerealiseerd zijn er enkele hoepels waar een initiatiefnemer van een bouwplan doorheen moet springen. Deze hoepels bieden aanhaakmomenten waarop omwonenden inspraak kunnen hebben. In de praktijk blijken plannen op dergelijke hoepelmomenten al in een vergevorderd stadium te zijn, waardoor het veelal te laat is om nog aanpassingen van enige betekenis door te voeren. Ons advies is dan ook om niet af te wachten om in gesprek met elkaar te gaan totdat er een officieel inspraakmoment voorbij komt.

Heeft u vragen over een ontwikkeling bij u in de buurt, of heeft u vragen hoe u moet omgaan met bezwaren van belanghebbenden? Neem dan contact op met mevr. mr. Jeanin Bouwman-Treffers (treffers@taurusadvocaten.nl) of mr. Ben Vreugdenhil (vreugdenhil@taurusadvocaten.nl).