Garagehouder uit Maasdijk voor de Raad van State

Taurus-016Alhoewel het zomervakantie is, draait de Raad van State op volle toeren en dus ook wij. Maandag 13 augustus jl. stond ik met mijn cliënt voor de meervoudige kamer   bij de Raad van State om te vechten voor het bestaansrecht van het garagebedrijf aan de Maasdijk. Ook bij het AD is deze zaak niet onopgemerkt gebleven want ook die hebben hier een artikel over geschreven.

Mijn praktijk bestaat voor 70% uit procedures en geschillen die bewoners en bedrijven hebben met en tegen de gemeente Westland. Dit is eigenlijk het enige rechtsgebied binnen ons kantoor waar we geen acquisitie voor behoeven te doen want de gemeente Westland doet dat in feite voor ons.

Wat nu zo schrijnend is in de kwestie met betrekking tot de garagehouder is dat hij al vanaf 1967 zijn autobedrijf aldaar uitoefent en dat de gemeente Westland er ook al meer dan 20 jaar aantoonbaar mee bekend is  dat dit gebruik  in strijd is met de agrarische bestemming die op het perceel rust.

Toen er in 1997 een nieuw bestemmingsplan kwam heeft cliënt een bestemmingswijziging aangevraagd. Het toenmalige college van B&W (waaronder burgemeester Elzinga) heeft een brief gestuurd aan cliënt waarin het volgende werd aangegeven: “Het gebruik kan echter op grond van het overgangsrecht worden voortgezet, zodat er voor u feitelijk niets verandert.” Als niet-jurist mag je daar toch uit begrijpen dat je dus in strijd met de bestemming je bedrijf mag blijven uitoefenen. Op basis van deze mededeling bouw je aan je bedrijf en investeer je erin. Vervolgens wordt er anno 2016 een last onder dwangsom opgelegd want er is sprake van handelen in strijd met de bestemming en de gronden moeten vrij gemaakt worden voor eventuele toekomstige reconstructie. Let wel, een reconstructie die slechts een theoretische mogelijkheid is en reeds in het  verleden heeft plaatsgevonden, juist met behulp van mijn cliënt. Overigens, cliënt draagt de glastuinbouw een warm hart toe en als er sprake is van reconstructie zal hij daar zeker zijn medewerking aan verlenen. Dit is ook immer aangegeven aan de gemeente.

Aan de specifieke bijzondere omstandigheden in dit dossier, namelijk dat het bedrijf er al ruim 50 jaar gevestigd is en de brief van het bevoegd gezag uit 1997 waarin wordt aangegeven dat, ondanks de strijd met de bestemming, cliënt er gewoon zijn bedrijf mag blijven uitvoeren waardoor het vertrouwen is gewekt dat hij handelt in overeenstemming met wet en regelgeving en de omstandigheid dat er geen reconstructie op de agenda staat, gaat de gemeente volledig voorbij. De gemeente geeft feitelijk de voorkeur aan een braakliggend terrein. We zullen de uitspraak nu 6 weken af moeten wachten, maar ik doe een klemmend beroep op de ambtenaren en het College om realistisch te blijven, belangen goed te wegen en niet altijd maar met het stokpaardje “glastuinbouw” te komen als er specifieke omstandigheden zijn die ertoe nopen om daar een uitzondering op te maken.

J. (Jeanin) Bouwman-Treffers (treffers@taurusadvocaten.nl)