Geen “recht” op zonlicht!

De Raad van State heeft recent geoordeeld over een kwestie waarbij het college een omgevingsvergunning heeft verleend voor het in strijd met het bestemmingsplan bouwen van een winkel met appartementen. Het gebouw zal vijf verdiepingen tellen waarbij de bovenste verdieping teruggelegd zal zijn.

Een naburige eigenaar stelt zich op het standpunt dat er negatieve gevolgen zijn voor de bezonning in zijn woning en stelt dat het college haar belangen niet afdoende heeft gewogen waardoor er strijd is met de goede ruimtelijke ordening. Eerst heeft de rechtbank hierover geoordeeld en deze kwam tot de conclusie dat het college onvoldoende de relevante belangen heeft gewogen. Het bouwplan leidt ertoe dat in de woning vrijwel geen bezonning meer zal zijn. Als het bouwplan wordt gerealiseerd zal de bezonning beperkt zijn tot de periode van 21 mei tot 23 juli en gedurende die dagen zal de bezonning veel minder dan 1 uur per etmaal bedragen. Als dit wordt afgezet tegen de maximale planologische mogelijkheden is dit een forse achteruitgang in bezonning.

De Raad van State stelt voorop dat, anders dan ten aanzien van daglichttoetreding, geen wettelijke normen bestaan die zien op een minimumaantal zonuren per dag in een woning. De wetgever heeft ervoor gekozen regulering hiervan over te laten aan bestuursorganen (gemeentes). Dit betekent dat het bestuursorgaan op dit onderwerp beleidsruimte en dus ook beleidsvrijheid heeft. Het college hanteert in ten aanzien van het aantal zonuren per dag in een woning in beginsel een minimum van 2 uur. Dit is gebaseerd op de lichte TNO-norm voor bezonning. Het college maakt hier echter geen uitzondering op voor een beperkte ring in het centrum omdat het college in de binnenstad meer waarde hecht aan de bebouwingsdichtheid en bevordering van het aantal winkels en woning dan aan de bezonning van die woningen. Het college heeft ook aangegeven dat binnen deze ring het aantal zonuren in een woning niet wordt meegenomen in de belangenafweging en dat dit uitgangspunt ook is opgenomen in een beleidsregel.

De Raad van State deelt de mening van het college en stelt dat het college, gezien het vorenstaande, in redelijkheid tot de conclusie heeft kunnen komen dat het bouwplan niet zal leiden tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat. De rechtbank zat dus fout volgens de Raad van State.

Voor al uw vragen over bouwplannen, omgevingsvergunningen, bestemmingsplan en projectontwikkeling kunt u bij Taurus Advocaten terecht!