Kopregel LinkedIn kost werknemer de kop

Dat social media tot conflicten op de werkvloer kunnen leiden blijkt wederom uit een recente uitspraak, ditmaal bij de kantonrechter Utrecht. De werknemer was in de functie van accountmanager New Business (hunter) in dienst getreden. Een jaar later is de werknemer de functie van (Online) Sales, Marketing & PR consultant gaan vervullen. Ruim een jaar later heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen partijen en is aan werknemer te kennen gegeven dat de werkgever hem niet wilde handhaven als (Online) Sales, Marketing & PR consultant en dat hij weer de functie van accountmanager New Business diende te vervullen. De werknemer heeft deze functiewijziging geaccepteerd.

Vervolgens is de werknemer herhaaldelijk aangesproken op zijn functioneren als accountmanager New Business en hebben partijen onderhandeld over beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De werknemer is ondertussen gaan solliciteren naar een functie elders, waarbij de werknemer een marketingfunctie ambieerde. Daarnaast hebben partijen overleg gehad over de inhoud van het LinkedIn-profiel van de werknemer. In zijn LinkedIn-profiel had de werknemer nog als functie staan “Sales, Marketing & PR consultant” en onder zijn profielfoto de kopregel “Marketing & PR”. Dit tot ongenoegen van de werkgever.

Diverse malen heeft de werkgever de werknemer verzocht om zijn LinkedIn-profiel aan te passen waarbij de werkgever heeft aangegeven dat als de werknemer niet voldoet aan de gegeven instructie dit verstrekkende consequenties zal hebben voor de arbeidsovereenkomst. De werknemer heeft de instructie naast zich neergelegd, waarna de werkgever de werknemer op staande voet ontslaat en  de werkgever de aanhoudende weigering om een redelijke instructie van de werkgever op te volgen om het LinkedInprofiel in overeenstemming te brengen met de functie van Accountmanager New Business als reden voor het ontslag geeft.

De werknemer stapt vervolgens naar de kantonrechter. Volgens de kantonrechter hoefde de werkgever niet te blijven accepteren dat de werknemer zich naar buiten toe bleef presenteren als verantwoordelijke voor de marketing en PR van haar bedrijf en de kantonrechter laat het ontslag op staande voet dan ook in stand. De kantonrechter kent de werknemer wel de transitievergoeding toe. De kantonrechter vindt dat het handelen van de werknemer weliswaar opzettelijk en kinderachtig is geweest, maar vond het niet ernstig verwijtbaar dat de transitievergoeding niet zou moeten worden toegekend. Ook uit deze uitspraak blijkt dat de presentatie van een werknemer op social media verstrekkende consequenties kan hebben.