Op het verkeerde paard wedden.

Hoe groot was de landelijke ophef in 2013 toen bleek dat een vleeshandelaar uit Oss verdacht werd van het verkopen van een mengsel van paarden- en rundvlees als puur rundvlees, ook wel bekend als de “paardenvleesaffaire”. Wat speelde er ook alweer?

Een afnemer van de vleeshandelaar trof begin 2013 in rundvleessnippers DNA van paardenvlees aan. Dat was voor de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) aanleiding een onderzoek in te stellen. Op 15 februari 2013 nam de NVWA de vleesvoorraad van de vleeshandelaar in bewaring en riep al het tussen 1 januari 2011 en 15 februari 2013 door de vleeshandelaar verkochte vlees terug.

De NVWA verweet de vleeshandelaar dat de verkochte partijen vlees niet herleid konden worden tot een specifiek ingekocht karkas, dat paardenvlees verwerkt was terwijl dat niet uit de administratie bleek, en dat het vlees niet als paardenvlees was geëtiketteerd. De NVWA merkte daarom de volledige voorraad van de vleeshandelaar aan als potentieel gevaarlijk voor de volksgezondheid.

Door de inbewaringneming van de vleesvoorraad werd de productie van de vleeshandelaar stilgelegd, waarna op 16 april 2013 het faillissement van de vleeshandelaar volgde. Bij vonnis van 7 april 2014 is de bestuurder van de vleeshandelaar strafrechtelijk veroordeeld tot tweeënhalf jaar celstraf vanwege het vervalsen van facturen, pakbonnen en schriftelijke verklaringen, waarin was vermeld dat geen paardenvlees was verwerkt, terwijl het product bestond uit zowel rund- als paardenvlees.

In een recent civielrechtelijk geschil verweet de curator van de inmiddels failliete vleeshandel op basis van dezelfde argumentatie dat het bestuur van de vleeshandel zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld.

De rechtbank geeft de curator gelijk. Doordat het bestuur van de gefailleerde vennootschap de Europese voorschriften voor vleesverwerking bewust heeft overtreden en het bestuur moest begrijpen dat de gevolgen voor de onderneming bij ontdekking van deze handelwijze waarschijnlijk desastreus zouden zijn, heeft het bestuur zijn taak onbehoorlijk vervuld en is het bestuur hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort in het faillissement, een slordige twaalf miljoen euro.

Voor vragen over bestuurdersaansprakelijkheid kunt u contact opnemen met mr. A.C. Abouzeid van Taurus Advocaten (e-mail: abouzeid@taurusadvocaten.nl). Hij is als advocaat gespecialiseerd in het ondernemingsrecht.