Succesvol bezwaar door derde tegen van rechtswege verleende vergunning, kan dat?

Het komt wel eens voor dat een vergunning van rechtswege wordt verleend omdat een gemeente termijnen onbenut laat verstrijken waardoor niet tijdig is beslist op de aanvraag en op die aanvraag is de reguliere procedure van toepassing. Er heeft in dat geval geen inhoudelijke beoordeling plaatsgevonden van de aanvraag. In de provincie Limburg is een vergunning van rechtswege verleend voor het in afwijking van het bestemmingsplan huisvesten van 375 arbeidsmigranten  in recreatiewoningen voor een periode van 10 jaar. Tegen deze vergunningen hebben derde-belanghebbende, omwonenden, bezwaar ingesteld, waardoor de werking van de vergunning van rechtswege is opgeschort totdat op het bezwaar is beslist. Kan dat?

Op grond van artikel 6.1, vierde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) wordt de werking van een van rechtswege verleende vergunning opgeschort totdat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift is verstreken of, indien bezwaar is gemaakt, op dit bezwaar is beslist. De vergunninghouder kan de voorzieningenrechter van de rechtbank verzoeken de opschorting op te heffen.

De vergunninghouder heeft een voorlopige voorziening aanhangig gemaakt bij de rechtbank om te trachten de opheffing van de opschorting te bewerkstelligen. Een opheffing zal in de regel alleen maar plaatsvinden bij een van rechtswege verleende vergunning als hieraan geen onherstelbare gevolgen zijn verbonden, dan wel dat er voldoende aanleiding is om te veronderstellen dat de beslissing in bezwaar in stand zal blijven.

De rechter overweegt dat het in het systeem van vergunningverlening van rechtswege niet past om in bezwaar alsnog aan formele en procedurele eisen, zoals de bepalingen van het Besluit Omgevingsrecht en bijvoorbeeld milieuregelgeving , te toetsen, omdat vergunningverlening van rechtswege vrijwel altijd onrechtmatig zou zijn. Daarmee zou voorbij gegaan worden aan het doel van de  van rechtswege verlening van de vergunning. Kortom, het lijkt er dus sterk op dat er geen inhoudelijke toetsing meer plaats kan vinden in de bezwaarschriftprocedure.

Echter, de voorzieningenrechter overweegt hier wel nadrukkelijk bij dat er wel ruimte is om in bezwaar te toetsen aan artikel 2.12 eerste lid (aanhef en onder a ten 2) van de Wabo en met name aan de vraag of de van rechtswege vergunde activiteit in strijd is met de goede ruimtelijke ordening. In de onderhavige kwestie was het geval dat de Afdeling reeds eerder naar het bestemmingsplan had gekeken en daarover, in een voorlopige voorziening heeft overwogen, dat er maximaal 300 arbeidsmigranten mogen worden gehuisvest. Tegen deze achtergrond acht de voorzieningenrechter het aannemelijk dat de van rechtswege verleende vergunning voor het huisvesten van 375 arbeidsmigranten niet ongewijzigd de bezwaarprocedure zal doorstaan en komt tot de slotsom dat de opschortende werking niet opgeheven zal worden.

ECLI:NL:RBLIM:2018:1803

Voor al uw vragen op het gebied van bestuursrecht/omgevingsrecht kunt u terecht bij Taurus Advocaten en kunt u contact opnemen met Jeanin Bouwman-Treffers of Ben Vreugdenhil. Wij staan u met passie en overtuiging bij.